Ron Wijling

Directeur

Soms ben ik jaloers op een horlogemaker of schoenmaker. Zij maken prachtige tastbare producten. Ons werk is veel minder tastbaar. Daarom sta ik bij QSN vaak stil bij de vraag hoe we ons vakmanschap tot uiting kunnen laten komen. Ik probeer hierbij de mens centraal te zetten. Het mooiste aan ons vak vind ik dat je contact maakt met een ander. Als dat contact goed tot stand komt en je goed luistert, weet je wat er speelt. Dat is een voorwaarde om een advies te kunnen geven waar de ander écht wat aan heeft.

Als ik in gesprek met een potentiële klant ben, stel ik zoveel mogelijk vragen in plaats van te willen imponeren met onze klussen en de mooie namen in ons klantenbestand. Ik ben echt geïnteresseerd in de mensen waar ik het gesprek mee heb en wil geen verkooppraatje houden. Bij QSN willen we het anders doen. Als ik kijk naar de markt, naar de grootste groep op het schoolplein als het ware, de groep waar een mooi corporate logo op het briefpapier staat en die een houding heeft van ‘kijk mij eens goed zijn’, dan wil ik daar niet bij horen. Ik sta liever bij het groepje waar het contact echt zit.

Ook binnen QSN focussen we op de mens. Zo werken we niet meer met competenties, maar met rolprofielen. Dan gaat het over vragen als: wat drijft je, waar word je zondagavond op de bank onrustig van, waarmee wil je opvallen? We beantwoorden die vragen natuurlijk allemaal anders en voor iedereen is er een invulling mogelijk binnen zijn of haar kwaliteiten. Je moet natuurlijk wel presteren, maar we beperken iemand niet met taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

Ik zeg daarom ook geregeld: ‘het is niet de vorm, het is de inhoud die het verschil maakt’. De ene consultant loopt helemaal warm voor een groep jonge honden in een startup en kan niet wachten om daar structuur in aan te brengen, terwijl de ander juist voorkeur heeft voor een groot bedrijf om daar de kwaliteitssystemen rond milieu en wetgeving uit te werken.

Mijn vrije tijd staat in het teken van de kinderen. We hebben er vier en daar besteed ik graag mijn weekenden aan. Sporten is een belangrijke bezigheid in ons gezin, maar ik vind het ook prachtig om te ontdekken wat jongvolwassenen doen en wat ze bezighoudt. De twee oudsten studeren nu. Die onzekerheid van het verkennen van de wereld die bij de leeftijd hoort, het is mooi om daar getuige van te zijn en ze te begeleiden.

Tot een paar jaar geleden heb ik zo’n negen jaar lang een voetbalteam gecoacht, van de E’tjes tot jongens in de A. Ze zijn nu senior. Als ik naar een wedstrijd ga, komen ze altijd nog even naar me toe om een hand te geven en te vragen hoe het gaat. Dan ben je toch onderdeel geweest van de vorming van die gasten. Dat vind ik mooi.

Ik ben best een trotse Nederlander. Trots op de manier waarop we van alles bereiken, dat we internationaal meedoen in allerlei sectoren. We doen het toch maar mooi, meer dan landen die aanmerkelijk groter zijn dan wij. Als premier zou ik benadrukken dat Nederland trots is op de Nederlanders. Erkenning geven aan mensen die zich inzetten. Laten zien dat je een trotse Nederlander kan zijn, dat we er voor elkaar zijn.

Ron