QSN Nieuws: De nieuwe Omgevingswet, deel 3

Door: Ann Depoorter

Uitstel maar geen afstel

Zoals we in dit nieuwsartikel al hadden aangegeven is de ingangsdatum van de Omgevingswet uitgesteld tot 1 januari 2022. Maar uitstel is in dit geval geen afstel. Het Rijk en de koepels van gemeenten, provincies en waterschappen hebben in mei 2020 een overeenstemming bereikt over een nieuwe datum voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met de nieuwe datum 1 januari 2022 willen zij extra tijd en ruimte bieden voor een goede invoering van de vernieuwde wet. Het ontwerp van het Koninklijk Besluit met de nieuwe inwerkingtredingsdatum wordt na de zomer’2020 voorgedragen bij de Eerste en Tweede Kamer. Als het parlement akkoord is, wordt de datum van januari 2022 definitief vastgesteld.

Van inrichting naar milieubelastende activiteit

Onder de Omgevingswet verdwijnt het begrip ‘inrichting’ uit de Wet milieubeheer (Wm). Het wordt vervangen door een regulering per milieubelastende activiteit. Een milieubelastende activiteit is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Denk aan lozing op het riool. De milieubelastende activiteit verschilt duidelijk van het begrip inrichting uit de Wet milieubeheer en ook van het begrip inrichting uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

De milieubelastende activiteiten staan vermeld in Hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) waarvoor rijksregels gelden. Het maakt voor de geldigheid van de milieuregels van het Bal meestal niet meer uit:

  • Of een activiteit een bedrijfsmatige omvang heeft;
  • Hoe lang de activiteit duurt;
  • Of de activiteit op een vaste plek plaatsvindt.

De milieubelastende activiteiten zijn gegroepeerd per bedrijfstak. Denk hierbij aan:

  • Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen zoals stookinstallatie, opslagtank vloeistoffen, opslagtank voor gassen, opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking etc.
  • Complexe bedrijven zoals basismetaalindustrie, afvalbeheer en IPPC-installaties etc.
  • Dienstverlening, onderwijs en zorg zoals laboratoria, datacentra en voorziening voor brandoefening.
  • Transport, logistiek en ondersteuning daarvan zoals onderhoudswerkplaatsen, tankstations en reinigen van opslagtanks, verpakkingen, voertuigen of containers voor gevaarlijke stoffen.
  • Nutssector en industrie zoals metaalproductenindustrie, drinkwaterbedrijf, rubber- en kunststofindustrie etc.
  • Afvalbeheer zoals milieustraten, metaalrecyclingbedrijven etc.
  • Agrarische sector zoals glastuinbouw, veehouderijen en telen van gewassen etc.
  • Sport en recreatie zoals zwembad, sneeuw- en ijsbaan.
  • Defensie en mijnbouw zoals militaire kazerne en militaire luchthaven etc.

Thema’s fysieke leefomgeving

Met de Omgevingswet komen ook alle onderwerpen uit de fysieke leefomgeving samen. Thema’s als gezondheid, veiligheid, geluid, natuur, bouw en water maken integraal onderdeel uit van visies en beleid. Hieronder zoom ik in op enkele thema’s:

1. Energiebesparing
Met de komst van de Omgevingswet verandert voor energiebesparing de wet- en regelgeving. Energiebesparing voor bedrijven en instellingen wordt dan geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de omgevingsvergunning.

Doordat het begrip inrichting uit de Wet Milieubeheer verdwijnt wordt de energiebesparingsplicht niet meer gekoppeld aan een inrichting, maar aan milieubelastende activiteiten (beschreven in het Bal) en aan gebouwen (beschreven in Bbl).

In het Bal staat per milieubelastende activiteit of de energiebesparingsplicht geldt. De erkende maatregelen uit Bijlage 10 van de Activiteitenregeling komen in de Omgevingsregeling te staan, waar het Bal en Bbl naar verwijzen. Als een deel van een milieubelastende activiteit vergunningplichtig is, geldt de energiemodule van het Bal niet. Energiebesparing wordt dan in de omgevingsvergunning geregeld.

Naast de regels voor energiebesparing in het Bal en Bbl zijn er ook regels voor energiebesparing in de bruidschat. Hierin staan regels voor milieubelastende activiteiten die niet meer landelijk geregeld zijn in het Bal en waarvoor de bevoegdheid overgaat naar de gemeente. Voor deze activiteiten, bijvoorbeeld horeca, komen de regels via de bruidsschat in het omgevingsplan te staan.

Bruidschat: Onder de Omgevingswet verhuizen veel regels van het Rijk naar gemeenten. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat deze regels automatisch in het omgevingsplan komen. Dit heet ook wel de ‘bruidsschat’. Deze bruidsschat bestaat uit ongeveer 600 regels uit het huidige Activiteitenbesluit, Bouwbesluit en het Besluit omgevingsrecht (Bor). De regels hebben betrekking op een grote diversiteit aan onderwerpen, zoals horeca, detailhandel, recreatie, lozingen, emissies van geluid, geur en trillingen door bedrijven en bouwen. De regels zijn aangepast aan de terminologie van de Omgevingswet. Dit is beleidsneutraal of beleidsarm gedaan: de essentie van de regels is ongewijzigd. Ze voldoen ook nog niet aan álle eisen van de Omgevingswet, waaronder instructieregels van Rijk en provincie. Ook is vanzelfsprekend het lokale maatwerk nog niet vormgegeven. Gemeenten moeten dus met de bruidsschat aan de slag.

2. Afval
Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet verandert ook voor afvalstoffen de wet- en regelgeving. Landelijke milieuregels voor afvalbeheer onder de Omgevingswet staan in afdeling 3.5 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Onder de regels vallen onder andere recyclingbedrijven, kringloopwinkels, milieustraten en rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s). Toch blijft ook de Wet milieubeheer nog van toepassing voor bepaalde aspecten. Denk hierbij aan het storten, verbranden, toepassen en verwijderen van afvalstoffen.

Enkele belangrijke wijzigingen:

  • Bedrijven die een milieubelastende activiteit verrichten, moeten ervoor zorgen dat er geen significante milieuverontreiniging optreedt. Het bevoegd gezag moet rekening houden met het LAP* bij het omgevingsplan, de waterschapsverordening en de omgevingsverordening.
  • Het afvoeren van afvalstoffen na beëindigen van een milieubelastende activiteit valt onder de zorgplicht. Dat staat specifiek genoemd. Het afvoeren moet binnen een redelijke termijn en die is afhankelijk van het soort afvalstoffen. Bij gevaarlijk afval is een de redelijke termijn waarschijnlijk korter dan bij bijvoorbeeld snoeihout.
  • De regels in het Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval komen te vallen onder het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

*Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) is het beleidskader voor afval in de circulaire economie in Nederland. Alle overheden moeten bij de uitvoering van hun taken op het gebied van afval rekening houden met het LAP. Op 28 december 2017 is het derde LAP in werking getreden. LAP3 ondersteunt de overgang naar een circulaire economie.

3. Bodem
Het begrip ‘verwaarloosbaar bodemrisico’ komt niet terug in de Omgevingswet. Het uitgangspunt blijft uiteraard wel hetzelfde. Bodemverontreiniging moet zoveel mogelijk worden voorkomen, waarbij herstel van de bodem mogelijk blijft.

Enkele belangrijke wijzigingen:

  • Het Bal gebruikt de term vloeistofdichte bodemvoorziening. Bij diverse activiteiten gaat de bodem beschermende voorziening van vloeistofdicht naar een aaneengesloten bodemvoorziening. Dat is dus een versoepeling.
  • Een vloeistofkerende vloer kan een aaneengesloten of een elementenbodemvoorziening zijn.
  • Het Bal wijst niet alle bodembedreigende vloeistoffen aan als milieubelastende activiteit waarvoor rijksregels gelden.

Hulp nodig?

Is jouw organisatie compliant aan de huidige wet- en regelgeving? De Kennisexperts van QSN helpen jouw organisatie graag. Onze klanten maken de wereld veiliger, socialer en duurzamer, dankzij ons werk! Meer weten? Neem contact op.

Contact

Wil je meer weten over de specifieke wijzigingen ten aanzien van de huidige milieuregels binnen het Activiteitenbesluit vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en we houden je op de hoogte!

Bronnen:
www.omgevingswebportaal.nl
www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl
www.rijksoverheid.nl
www.infomil.nl